Hervorming woningmarkt

Het gezamenlijke plan "Wonen 4.0" van de Vereniging Eigen Huis, Woonbond, Aedes en NVM voor hervorming van de woningmarkt biedt goede aanknopingspunten om de woningmarkt vlot te trekken. De grote winst is dat partijen kiezen voor een integrale aanpak van zowel de huur- als de koopmarkt in plaats van halve maatregelen zoals een (gedeeltelijke) verlaging van de overdrachtsbelasting, het aanscherpen van de normen voor de hypotheekverstrekking of een halfslachtige aanpak van het scheefwonen. De lange overgangsperiode (30 jaar) voor het afbouwen van de hypotheekrenteaftrek en het optrekken van huren naar marktconform niveau, voorkomt economische schokeffecten. Duidelijkheid over de lange termijn neemt de huidige onzekerheid bij (potentiële) kopers, huurders, financiers en woningcorporaties weg. Dat is essentieel voor vertrouwensherstel in de woningmarkt en de economie.

Uit berekeningen die NYFER vorig jaar maakte voor de Vereniging Eigen Huis blijkt dat de integrale hervorming mogelijk is zonder koopkrachtverlies voor huishoudens. Tevens bleek dat huizenprijzen na aankondiging van de hervormingen met 9% zouden dalen en op lange termijn op een 12% lager (reëel) prijsniveau zouden uitmiddelen. Omdat (potentiële) kopers beseffen dat de hypotheekrenteaftrek in zijn huidige vorm en omvang niet houdbaar is, is een deel van deze effecten al in de huidige woningmarktprijzen verwerkt. Daardoor is het risico van negatieve prijseffecten van Wonen 4.0 zeer beperkt.

Uit het onderzoek bleek tevens dat hervorming van de woningmarkt aanzienlijke welvaartswinsten oplevert. Huishoudens slagen er beter in hun woonwensen te vervullen, wachtlijsten in de huursector verdwijnen en er zijn minder kosten verbonden aan verhuizen. Op de arbeidsmarkt nemen het arbeidsaanbod en de productiviteit toe, wat gepaard gaat met hogere inkomens. De keuze tussen huren en kopen wordt eenvoudiger en prikkels om de eigen woning met schuld te financieren worden minder, waardoor risico’s van overkreditering afnemen. Nadelen zijn er voor huizenbezitters die een deel van hun overwaarde zien verdwijnen. De belangrijkste risico’s zitten bij huishoudens bij wie de (bruto) hypotheekschuld de (WOZ)-waarde van de woning overtreft. In 2009 gold dit voor 725.000 huishoudens. Als huizenprijzen met 9% dalen, neemt dit aantal tot bijna een miljoen toe. De restschuldproblematiek concentreert zich vooral bij huizenbezitters in de goedkopere woningmarktsegmenten (relatief lage WOZ-waarden). Het aantal gedwongen verkopen kan daardoor toenemen.

Meer resultaten vindt u in het onderzoeksrapport "Wonen naar keuze".

PDF

adres e-mail